Home
Nieuws
Marokko
Egypte
Spanje
Tunesiƫ
Over Nimsjoe
Over de reizen
Algemene informatie
 

Dag tot dag

 
 
 
 
 

Programma

 

(Alle aangegeven wandeltijden zijn exclusief pauzes)


Dag 1.  Aankomst

Het dorpje ligt in een groene bergvallei, op steenworp afstand bijna van het nationale park Ordesa & Monte Perdido. De vallei is alleen bereikbaar via een smalle toegangsweg. Alleen de weg ernaar toe is al spannend. Je rijdt de vallei in, die breed begint maar steeds smaller wordt. Je gaat onder enkele tunneltjes door en de bergwanden worden steeds hoger. Het dorp ligt helemaal verscholen achter in de vallei. De nauwe straatjes en trappen en de uit natuursteen opgetrokken huizen geven het een geheel eigen karakter.

In deze vallei wandelen wij al ruim 20 jaar en we hebben met het dorp en met haar bewoners een bijzondere en hechte band. Een unieke plek voor het hele gezin om te genieten van de grootse natuur en van de warmte en gastvrijheid van de dorpsbewoners!

 

Deze eerste dag kun je gebruiken om het dorpje en de directe omgeving te verkennen. Beneden bij de rivier is een gezellig terrasje, dat ook heel populair is bij de dorpsbewoners.

Verder maak je vandaag kennis met onze lokale (Engelssprekende) gastvrouw. Met haar regel je de reservering voor het bezoek aan de berengrot en -museum.

 

Dag 2 Inloopwandeling (ca 2 uur / 6,5 km.)

Er is keuze uit twee korte inloopwandelingen. Je kunt het beste ’s ochtends gaan wandelen of aan het eind van de middag. Hoewel de hitte op deze hoogte meevalt, is het aan te raden om niet op het heetst van de dag te beginnen met wandelen. En zorg altijd voor voldoende drinkwater.

 

1a.  Schilderachtige dorpjes. Duur ca. 2 uur / 6,5 km / Hoogteverschil 300m
Een gevarieerde rondwandeling over een schaduwrijk pad (met onderweg één steil klimmetje van ca 40 minuten) langs glooiende akkers en weiden vol met bloemen. Hoogste punt is een middeleeuws bergdorpje gelegen op (1420m.)  De afdaling gaat deels over asfalt en brede zandwegen.

 

1b. Kluizenaars, winterschuren en een oude kapel. Duur ca. 2 uur / 6,5 km / Hoogteverschil 250m

Een goed geplaveid, schaduwrijk, stenen pad met onderweg mooie doorkijkjes op de vallei en de dorpjes brengt je bij de schuren en stallen waar ’s winters de koeien uit het dorp verblijven. Ook is er een oude kapel, want op deze heilige plek woonden van oudsher kluizenaars en asceten. Via een brede zandweg wandel je terug naar het dorp.

 

Na het wandelen, kun je ‘s middags een bezoek brengen aan het informatie centrum beneden bij de rivier. Aan de hand van beeldend materiaal en tekst wordt je meegenomen door alle seizoenen en krijg je een heel goed beeld van hoe de mensen hier leven, welke planten en paddenstoelen er groeien en wat voor vogels er voorkomen; ook is er geologische informatie over het ontstaan van de vallei. Jammer genoeg zijn de teksten (nog) alleen in het Spaans, maar de prachtige beelden spreken voor zich. Absoluut de moeite waard!

Ook kun je op afspraak het etnologisch museum bezoeken. Het museum wordt beheerd door de vrouwen uit het dorp, dus is de uitleg helaas alleen in het Spaans.

 

Dag 3 Bergwandeling (4, 5, 6 of 7 uur / min. 10 en max 18 km.)

Vandaag kun je kiezen uit 3 wandelingen

 

1a. Wandeling naar een verlaten dorp en een stuwmeer. Duur ca. 5,5 uur / 15 km / Hoogteverschil 350m
Een mooie, afwisselende en redelijk gemakkelijke rondwandeling naar een naburige vallei. Het eerste stuk gaat over een geleidelijk stijgend pad langs muren van opgestapelde natuurstenen, wilde bramen- en buxusstruiken, wilde kersenbomen en eikenbomen. Daarna wandel je ontspannen verder over een brede zandweg naar een verlaten dorpje gelegen op 1380m. Een mooie rust- en picknickplek. Daarna loop je via een ander (wel bewoond) dorp naar een bergpas op 1354m. Aan de andere kant ga je weer naar beneden: een lange afdaling over een smal paadje met prachtige uitzichten onderweg over de vallei en een stuwmeer diep beneden. Beneden kom je uit op de asfaltweg en dan ben je weer terug in de vallei.

 

1b. Wandeling naar een waterval (4 uur /10,5 km) of naar een bergmeer (+ 3 uur / + 7,5 km.) / Hoogteverschil 710m of 1200m
Dit is een pittiger tocht. Het af en toe redelijk steile pad voert langs glooiende weiden vol met bloemen en langs stallen en schuren. Na ca. 2 uur kom je uit bij een oude kobaltmijn, gelegen op 1750 m. iets onder de boomgrens. In de buurt van de mijn is een mooie waterval (1850m), een uitstekende picknick- en speelplek! Je kunt het hierbij laten of verder doorlopen naar boven over een pad dat zigzaggend omhoog gaat. Boven de boomgrens gekomen, loop je verder over bergweiden en langs kleine watervallen, waar overal irissen, gentianen, alpenroosjes, orchideeën en distels bloeien. Hier grazen ’s zomers ook vaak de schapen uit het dorp. Na een stuk klauteren over enorme rotsblokken zie je ineens het meer voor je liggen, ingeklemd tussen steile rotswanden op 2360m. De achterwand van het meer is mooi gekarteld. Het kristalheldere water nodigt uit voor een duik, maar dit meer is ook ‘s zomers ijskoud. Schaduw is er nauwelijks op deze hoogte. Je gaat dezelfde weg terug naar beneden.

 

1c Wandeling naar een ander bergmeer. Duur ca. 6 uur / 15 km / Hoogteverschil 825 m
Ook deze tocht is pittig. Het pad loopt parallel aan een wilde bergrivier die door een diepe kloof stroomt. Het pad volgt de rivier stroomopwaarts en slingert door loofboombossen en hogerop door dennenbossen en over rotspartijen. Af en toe heb je mooie doorkijkjes. Er is continu schaduw. Twee keer steek je de rivier over via doorwaadbare plekken of springend over grote keien, want bruggen zijn er niet; Boven aangekomen wandel je over een glooiend groen weidelandschap verder naar het meer (1924m). Het groen van de dennenbomen steekt fel af tegen de grijs-witte rotswanden die het meer omringen. In tegenstelling tot veel andere meren in de omgeving, heeft dit meer een prima zwemtemperatuur en ook genoeg schaduw, omdat het onder de boomgrens ligt.

Via dezelfde route als je gekomen bent, ga je terug naar beneden.

 

Dag 4 Uitstapje buiten de vallei: wandelen, flora, fauna én cultuur

Je rijdt de vallei uit naar een dorpje dat op 1600m. hoogte ligt en op ca. 10 km. afstand van het Nationale Park Ordesa & Monte Perdido. Duur ca 45 minuten. Net voor het dorpje stap je even uit om een ‘Dolmen’ (Keltische graftombe) van binnen en van buiten te bekijken. Aangekomen in het dorp zijn er verschillende mogelijkheden.

 

1. Bezoek aan het Informatie centrum; hier liggen allerlei folders en je kunt hier een film (in het Engels) bekijken van 20 min. over het Nationale Park Ordesa & Monte Perdido.

2. Rondwandeling langs drie middeleeuwse kapelletjes. De wandeling is goed gemarkeerd. Lengte 2,8 km. (ca 3 kwartier excl. stops!) Vanaf de kapelletjes heb je prachtig uitzicht op het omliggende, indrukwekkende berglandschap. In één van de kapelletjes mag je een wens doen, dus neem pen en papier mee! Onderweg zijn diverse mooie picknickplekken.

3. Bezoek aan het heksenmuseum (Museo de la Bruja); een eenvoudig, klein museum (entree gratis) waar je zeker even een kijkje moet nemen.

4. In de buurt van het dorp is eenCueva de los Osos’ (de grot van de beren), een vrij diepe grot waar duizenden jaren geleden beren woonden (el Oso Cavernario) en waarvan delen van skeletten eind vorige eeuw zijn gevonden. De grot is alleen te bezoeken met een (Spaanstalige) gids. De grot is spaarzaam verlicht, dus om geen detail te missen, krijg je van de gids een helm met mijnlamp en wandel je als een echte mijnwerker tussen en onder de stalactieten en stalagmieten door op zoek naar de vindplaatsen van de grotberen. De gidsen spreken niet of nauwelijks Engels, maar desondanks is het bezoek zeer de moeite waard. Er zijn 6 bezoeken per dag. Inclusief het vervoer heen en terug (2x 15min.) moet je rekenen op totaal 1,5 uur. In het bijbehorend berenmuseum (naast het informatie centrum) kun je alles te weten komen over dit prehistorisch dier. Reservering vooraf verplicht. Tickets koop je ter plaatse. € 9 pp (kinderen tot 12 jr. € 6).

  

5. Roofvogels spotten. Bij een dorpje aan de rand van het Nationale Park (ca 7 km verderop), is een roofvogel-kijk-wandelroute uitgezet. Het park herbergt allerlei roofvogelsoorten. De met uitsterving bedreigde lammergier (in het Spaans ‘québrantahuesos’ of ‘bottenbreker’ genoemd) is toch wel de indrukwekkendste van allemaal. Je maakt een rondwandeling langs drie Miradores (uitkijkposten) waar vandaan je ver in een diepe canyon kunt kijken. Het moet al gek gaan, wil je hier helemaal geen roofvogels kunnen zien.

 

Tussen de middag (13.30 tot 16.30) is alles gesloten (musea, infocentrum en grot). Je kunt in een restaurant lunchen of een lunchpakket meenemen en een mooie picknick plek zoeken.

Aan het eind van de dag rijden jullie via dezelfde weg terug naar je ‘eigen’ dorp.

 

Dag 5 Wandeling naar de berghut. Duur: ca. 3,5 uur / 10 km / Hoogteverschil 640 m
De bagage nodig voor het verblijf in de berghut neem je zelf mee naar boven. De rest blijft beneden. Het grootste deel van de wandeling gaat over een geleidelijk stijgende, brede zandweg (‘vals plat’) met veel schaduw. De weg volgt steeds de rivier dus er zijn voldoende poedelplekken onderweg. Halverwege kun je kiezen tussen de brede zandweg verder volgen of een alternatieve route, waar geen verkeer kan komen. Het laatste stukje is wel even steil. De hut is prachtig gelegen op 1750m aan de voet van de Posets (3300) een van de hoogste toppen van de Pyreneeën en wordt beheerd door een familie uit de vallei die je gastvrij ontvangt. In en om de hut is het een gezellige drukte, er logeren bergwandelaars en –klimmers uit heel Europa. Op het grote grasveld voor de hut heb je alle ruimte om te spelen of te liggen. Hier kun je vooral bij de ondergaande zon genieten van een adembenemend kleurenpanorama op de mooi gevormde hellingen van het tegenover liggende Posetsmassief. De omliggende karakteristieke schuren en stallen ('bordas' en ‘grangas’) geven het geheel nog eens een bijzonder cachet. Gezamenlijk met alle andere gasten geniet je van een eenvoudig, Spaans driegangen diner. En dan op tijd naar bed, zoals het de gewoonte is in berghutten, voor een vroeg en fit reveil de volgende ochtend.

 

Dag 6. Wandeling

Keuze uit twee wandelingen die je allebei net zo lang of zo kort kunt maken als je zelf wilt, want de heen- en terugweg is hetzelfde.

 

1a Wandeling naar een bergmeer. Duur ca. 5 uur / 13 km / Hoogteverschil 600 m
Een afwisselende, pittige wandeling over een gestaag stijgend pad. Het eerste deel gaat langs bergschuren, bergweiden en door naaldbossen. Je steekt een bergrivier over en wandelt verder omhoog langs

imposante, kale berghellingen. Boven de boomgrens kom je in een mooi groen weidelandschap met grote grijze zwerfkeien. Dan zigzagt het pad verder omhoog over enorme rotsblokken en kom je uit bij een grote stuwdam met daarachter een kristalhelder bergmeer (2400m). Op de achterwand van het meer ligt hier en daar nog wat sneeuw. Vaak kun je hier op de berghellingen gemzen zien ronddartelen. Er is geen schaduw daarvoor zit je te hoog maar desondanks een mooie plek om even te blijven om te poedelen of te zwemmen.

Je loopt via dezelfde route terug.

 

1b. Wandeling langs het Posetsmassief naar een bergpas met uitzicht. Duur ca. 5,5 uur / 15 km / Hoogteverschil 830 m
Een mooie tocht langs onder andere het Posets-massief, waarbij de eerste helft vrij gemakkelijk is, maar de tweede helft is behoorlijk pittig!Het eerste deel van de wandeling blijf je vrijwel op hoogte lopen met heel af en toe een stijging. Na ongeveer 1,5 uur kom je bij een kleine, groene vallei, waar verschillende wild stromende bergriviertjes samen komen. Hier bloeien de orchis, monnikskap en arnika zomers volop. Een prachtige pauze- of picknick- en poedelplek. Maar je komt hier op de terugweg ook weer langs, dus je kunt ook het poedelen voor later bewaren en eerst verder naar boven wandelen. Aan de overkant van de vallei gaat het pad verder omhoog tegen de kale, steile bergwand. Dit is het pittige deel. Eerst krijg je een steile klim van ongeveer drie kwartier tot ca. 2300m. daarna wordt het landschap vriendelijk en groen en veel minder steil. Op de pas (2592m) heb je een fantastisch weids uitzicht en zie je bij helder weer in de verte de Pico de Añeto (3404 m) liggen, de hoogste top van de Spaanse Pyreneeën. Via dezelfde route loop je terug naar de berghut. 

 

Aan het eind van de middag wordt je met een jeep of 4wheeldrive-busje teruggebracht naar beneden. Duur ongeveer 30 à 40 minuten.

 

Dag 7 Wateravontuur

Deze laatste vakantiedag hebben we bewaard voor een adembenemend wateravontuur. Vandaag ga je de vaste grond onder je voeten van de voorgaande dagen inruilen voor een vloeibare…

Onder leiding van professionele instructeurs/gidsen maak je ’s ochtends een kanotocht van 2 uur op een mooi gelegen stuwmeer in de bergen op 500m. en ’s middags zak je in een rubberboot een wilde bergrivier af. Er is altijd tenminste 1 gids bij die Engels spreekt. Zowel het kanoën als het familie-raften wordt in internationaal groepsverband georganiseerd. De groep kan heel klein zijn maar ook heel groot. Hoe meer zielen hoe meer watervreugd. Op grotere groepen gaan meerdere gidsen mee. Zowel het kanoën als het raften is speciaal afgestemd op families met kinderen vanaf 7 jaar.

 

Vanaf het dorp waar je logeert is het ca. 45 min. rijden (40km.) naar het stuwmeer. Na de nodige instructies ontvangen te hebben, stap je in de tweepersoons kano en zodra je je een beetje thuis voelt in de kano (het moeilijkste is altijd het evenwicht) peddelen maar… Het meer is rustig dus heel hard zul je niet hoeven roeien. Zwemvesten zijn aanwezig. Zorg wel voor goede bescherming tegen de zon!

Rond 13 uur ben je weer terug. Afhankelijk van de beschikbare tijd kun je lunchen in Aínsa of een picknick plek zoeken. Daarna rijden jullie in ca. 30-45 minuten naar de rivier de Esero (600m) voor een spannende rafting tocht. In rubberboten (max. 8 personen per boot incl. instructeur) zak je al peddelend een wilde bergrivier af langs allerlei stroomversnellingen over een afstand van ca. 8 km / ong. 2 uur. Het water spat je van alle kanten om de oren, probeer daar maar eens droog bij te blijven. Aan het eind wordt je teruggebracht naar het beginpunt waar de auto staat. En van daar rijden jullie weer terug naar je hotel of appartement (ca 1,5 uur).

 

Mocht het waterniveau te laag zijn om te raften (zeldzaam, maar het kan gebeuren) dan wordt er een hele dag gekanood i.p.v. een halve dag en wordt het kanoën afgewisseld met canyoning in een van de

‘Barranco’s’ (diepe ravijnen) die in het meer uitkomen. Je steekt dan met de kano het meer over en peddelt naar een rivierkloof. Je stapt uit je kano en gaat al wandelend, poedelend en zwemmend verder de kloof in. Echt dolle pret!

 

Als het regent kan er niet gekanood worden, maar dan gaat het rafting programma wel gewoon door. Je hebt dan ’s ochtends vrij en kunt het middeleeuwse stadje Aínsa bezoeken met de prachtig gerestaureerde oude binnenstad, het kasteel, verschillende musea, winkels, restaurants en gezellige terrassen.

 

Dag 8. Vertrek of verlenging 

 

 
     
| naar de home-pagina | print deze pagina | informatie over Nimsjoe | sitemap | in/uit loggen |

Favorieten reizen

culinaire reis
duurzaam reizen
cultuurvakantie

Bezoekadres:

The Globe
Outdoor- & Travel center
Waldorpstraat 15H
2521 CA DEN HAAG
K.v.K. nr: 27182115
Bank: 42.96.13.652

Contactinfo:

tel: 070 - 388 46 49
fax: 070 - 388 32 61
e-mail: info@nimsjoe.nl

Internet:

www.nimsjoe.nl

Ons team:

Willemien Jacops
Roos de Mik
Arnoud van Tilburg
René de Bos
Rob Siebel

Bezoek ook eens:

- snowleopard.nl
- discoverreizen.nl
- seatrek.nl
- adventure50plus.nl
- discover diving



logo anvr

logo sgr

logo calamiteitenfonds